koolzaad

Koolzaad - Brassica napus

Raapzaad - Brassica rapa

 

Koolzaad en Raapzaad zijn beide lentebloeiende gewassen die traditioneel veel in Wallonië, Vlaanderen en Nederland geteeld worden. De zaden bevatten olie die gebruikt wordt als biobrandstof of in de voedingsindustrie. Maar beide soorten zijn ook van groot belang voor bijen. Aangezien Koolzaad en Raapzaad heel erg sterk op elkaar lijken wordt hier geen verder onderscheid gemaakt tussen beide.

 

Bloembezoek

Een snelle blik op de databank van www.waarnemingen.be toont dat tot nu toe niet minder dan 40 soorten solitaire bijen en hommels werden vastgesteld op Koolzaad. De lijst met soorten met hoogste aantal waarnemingen (in afnemende volgorde): Grasbij, Steenhommel, Akkerhommel, Borstelgroefbij, Roodpotige groefbij, Roodgatje, Gewone sachembij, Wimperflankzandbij, Langkopsmaragdgroefbij, Weidehommel, Rosse metselbij, Tweekleurige zandbij, Viltvlekzandbij, Boomhommel, Kleigroefbij, Groepjesgroefbij, Donkere rimpelrug, Grijze zandbij, Geelstaartklaverzandbij, Gewone geurgroefbij. Daarnaast is er ook nog een hele reeks soorten met slechts 1 waarneming. Onder meer de gespecialiseerde en zeldzame Blauwe zandbij, Koolzwarte zandbij, Kruisbloemzandbij en Gebandeerde dwergzandbij zijn actief in het voorjaar en sterk afhankelijk van kruisbloemigen zoals Koolzaad. Ook heel wat imkers gaan met hun Honingbijen naast koolzaadvelden staan. Daarnaast is koolzaad een voedselplant voor de rupsen van Groot koolwitje, Klein koolwitje, Klein geaderd witje en sporadisch ook van Oranjetipje en bezoeken heel wat vlinder- en zweefvliegensoorten de bloemen voor nectar. In de tuin werden heel wat soorten zand- en groefbijen en nectardrinkende Oranjetipjes op ons Koolzaadveldje gevonden. Alle foto's in dit bericht zijn in de loop van 2017 in de eigen tuin gemaakt.

 

Belang van bioteelt

Volgend professor Dave Goulson wordt bijna al het Koolzaadzaad in het het Verenigd Koningkrijk gecoat met neonicotenoiden. Ook in België en Nederland is dit het geval. Heel wat onderzoek heeft intussen aangetoond dat zaadcoating door neonicotenoiden leidt tot negatieve effecten bij bijen. Deze gifstoffen worden immes opgenomen in de volledige plant en dus ook in de nectar en het stuifmeel. Daarnaast wordt nog een tiental andere soorten fungicides, herbicides en insecticides toegestaan in de teelt van koolzaad. In 2016 verscheen een artikel van Woodcock en collega's waarin ze aantoonden dat neonicotenoïden ook subletale effecten kunnen hebben op solitaire bijen. In hun onderzoek werden de verspreidingsgegevens van 62 Britse solitaire bijensoorten over een periode van 18 jaar gelinkt aan het ruimtelijk gebruik van neonicotenoïden in de zaadbehandeling van Koolzaad. De onderzochte soorten werden in twee groepen verdeeld: soorten die foerageren op Koolzaad en soorten die dat niet doen. Soorten die stuifmeel en nectar verzamelen van Koolzaad

profiteren van de aanwezigheid van deze plantensoort in het landschap, maar werden gemiddeld gezien 3 keer

meer negatief beïnvloed door de blootstelling aan neonicotenoïden dan soorten die niet op Koolzaad foerageren.

De achteruitgang was het opvallendst voor de Parkbronsgroefbij, Slanke groefbij, Groepjesgroefbij, Kleigroefbij en Gedoornde slakkenhuisbij. De auteurs besluiten dan ook dat subletale effecten van neonicotenoïden kunnen accumuleren en zo tot het verlies van bijensoorten kan leiden.

 

Toen ik het werk van Dave Goulson en het artikel van Woodcock en collega's las voelde ik de nood om hier zelf wat aan te doen. In 2016 verzamelde ik heel wat zaad van enkele verdwaalde (en vermoedelijk onbehandelde) koolzaadplanten langs de Leuvensevaart in Mechelen. Deze werden in het najaar van 2016 gezaaid in een border bij ons thuis en in het voorjaar van 2017 bloeiden enkele planten zeer uitbundig. Alle zaden werden verzameld tot ik deze zomer 150 g zaad had, genoeg voor 200 - 250 vierkante meter bio-koolzaad. Vandaag maakte ik een stukje van 12m² zaaiklaar in de tuin waarin zo'n 20 gram koolzaadzaden, doorspekt met zaden van Grote klaproos en Bolderik, gezaaid werden. Hopelijk voldoende om volgend voorjaar enkele tientallen bijen(soorten) van nectar en stuifmeel te voorzien.

 

Zaaitips

Per hectare wordt 5 - 9 kg zaaizaad gebruikt. Hiermee wordt een standdichtheid van 50 - 80 planten per m² verkregen. Inzaaien doe je tussen half augustus en half september. Zo krijg je een voorjaarsbloei waar heel wat bijen van kunnen profiteren. Koolzaad groeit op de meeste grondsoorten, maar zal de hoogste opbrengsten geven op rijke gronden met een goede structuur. Koolzaad heeft veel voedingsstoffen nodig. Vooral stikstof moet in ruime mate aanwezig zijn.

 

Tekst :Jens Eanes D'Haeseleer

 

Bronnen

- Brochure 'Koolzaad, van zaad tot olie' van Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Beleidsdomein Landbouw en Visserij.

- D’Haeseleer J & P. Vanormelingen, Bijen in akkerranden in Vlaams-Brabant.

- Goulson D. Geroezemoes in het gras

- Jacobs M. & I. Raemakers. Beheer in functie van wilde bijen, 21 toolboxen

 

 

V. Vosje op koolzaad. Foto Marianne Tück

Vrouwtje dwergzandbij onbekend op Koolzaad. Foto Marianne Tück

Vrouwtje Orantjetipje op Koolzaad.

COPYRIGHT © | aculea.be

PRIVACY STATEMENT | TERMS & CONDITIONS